Dropbox FTW

Tegenwoordig heDropbox Logoeft iedereen minstens 1 PC in huis. Wanneer je meer dan 1 PC hebt en je bestanden wil delen, dan moet je al behoorlijk wat computer-kennis hebben om alle benodigde software te installeren en in te stellen. Zeker als de bestanden ook via het internet toegankelijk moeten zijn (bijvoorbeeld als je op vakantie bent), dan is het niet eenvoudig om alles goed in te stellen en tegelijkertijd er voor te zorgen dat alles goed beveiligd is. Daarnaast wil je vaak documenten delen tussen PC’s met Windos, Mac, en Linux. Dat maakt het er allemaal niet makkelijker op.

Op dit moment zijn er een aantal applicaties beschikbaar waarmee je dit soort zaken makkelijk kan regelen: installeer de applicatie op iedere PC, voer je gebruikersnaam en wachtwoord in en geef aan welke bestanden of mappen je wil delen. Vervolgens is alles beschikbaar op alle andere computers. Ook via internet zijn de bestanden beschikbaar.

Dropbox is een van de tools die een gratis account hebben (2GB) en waarbij alles standaard beveiligd is (zowel de opslag als het versturen/ontvangen van de gegevens). Ook de website is standaard beveiligd. Daarnaast leveren ze een desktop applicatie (voor Windos, Mac en Linux!) die op de achtergrond de mappen en bestanden synchroniseert. Hierbij kun je ook aangeven hoeveel bandbreedte gebruikt mag worden, zodat je nog wat overhoud om te surfen en downloaden.

Wanneer je Dropbox wil uitproberen, gebruik dan deze link. Als je de DropBox desktop applicatie installeert, dan krijg ik 250MB aan extra opslagruimte, maar jij ook!

Alternatieven

Andere vergelijkbare tools die ik heb bekeken/geprobeerd zijn Adrive, Box.net, Wuala, ZumoDrive, Ubuntu One. De features zijn soms iets beter, soms iets minder dan DropBox, maar volgens mij is DropBox de overall winner. Ik heb dan alleen de gratis versies vergeleken, bij de betaalde versies liggen de verhoudingen misschien anders. Bij DropBox heb je bij de gratis dienst een desktop applicatie en al het verkeer/data standaard beveiligd. Dat heeft geen van de andere bovenstaande diensten. Voor mij is dat een harde eis om mijn data in de ‘cloud’ op te slaan. ZumoDrive lijkt me nog de beste kandidaat na DropBox.

Er zijn al vele artikelen online geschreven over de verschillende online opslag oplossingen. Om een lijst te zien van de verschillende producten, Google eens op “Dropbox VS”. Je ziet dan een lijst met (tip van lifehacking.nl).

Beveiliging

Om er zeker van te zijn dat de gegevens ‘veilig’ in dewolk worden opgeslagen, moet je eigenlijk de bestanden op je PC versleutelen. Dan heb je de volledige versleuteling zelf in de hand. Het is dan echter lastig om de bestanden te delen tussen zowel Linux, Mac als Windows computers. Ik ben een behoorlijke Linux fanboy (Ubuntu), maar soms is Windows de enige optie (als iemand nog goede software weet om een fotoboek te maken voor Linux, dan hou ik me aanbevolen).

E-reader: BeBook One 2010

De laatste stap om helemaal digitaal te gaan: het elektronische boek. Veel boeken lees ik niet, en als ik al een boek lees, zijn het technische boeken. Met een e-reader kan ik echter een bijna onbeperkt aantal boeken meenemen op vakantie en hoef ik niet voordat ik vertrek te bedenken wat ik straks wil lezen. De kans dat er dan een leesboek bij zit waar ik wel zin in heb, lijkt mij dan groter. We zullen zien of dat klopt.

De afgelopen paar dagen heb ik in de trein (zit iedere werkdag 100 minuten in de trein) al een behoorlijk aantal pagina’s gelezen. Tot nu toe ben ik erg positief over het lezen met een e-reader.

Hands on vergelijking

Het doel van een e-reader is toch om boeken mee te lezen. De enige manier om de lees-beleving te proeven, is door de apparaten in de winkel te zien. Pas als je er een aantal achter elkaar vast kunt houden kun je een vergelijking maken tussen gewicht, vorm, bediening etc. Het viel me op dat het scherm vrijwel gelijk is voor alle modellen. De achtergrond is niet wit, maar een beetje papier-kleur achtig. De letters zijn donker, maar niet zo donker als in een echt boek. Het lijkt alsof de letters met een potlood is geschreven. Het contrast is dus ook niet heel erg groot, maar weet niet of dat juist een voor- of nadeel is. Wanneer er veel licht is, lijkt het me prettig als het contrast niet al te hoog is, maar als er weinig licht is juist wel. Er zijn ondertussen zo veel modellen om uit te kiezen, dat dit niet echt makkelijk is. Voor een overzicht van een groot aantal e-readers is de matrix van MobileRead.com een aanrader. Zo’n overzicht haalt het echter niet bij een eigen real-life vergelijking.

Size does matter

Ik heb getwijfeld over het formaat. De meeste e-readers zijn 5″ of 6″. Voordat ik de winkel in ging, wilde ik een zo klein mogelijk model. Hoe kleiner, hoe makkelijker mee te nemen. Als de letters te klein zijn, kan ik ze immers toch nog vergroten en wordt de bladspiegel automatisch aangepast. Op zich klinkt dat leuk, maar het werkt toch niet helemaal vlekkeloos. Eventuele afbeeldingen/diagrammen op de pagina worden hierdoor verkeerd of maar deels weergegeven. Dan moet je dus uitzoomen om die goed te bekijken. Ik verwacht dat ik een redelijk aantal technische boeken zal lezen op mijn e-reader, dus is dat niet handig. Wanneer je een e-book in het standaardformaat toont, dan is de marge tussen de tekst en de rand van het analoge boek aanwezig zijn, ook aanwezig op het scherm. Dat is jammer, want de e-reader heeft zelf ook al een rand. Door de marge wordt de tekst moeilijk leesbaar (letters zijn niet meer helemaal goed gevormd) en te klein. Je bent dus eigenlijk verplicht om in te zoomen, met alle gevolgen van dien. Toch is 1x zoomen op een 6″ model een stuk beter werkbaar dan op een 5″ model. Het formaat waarin het boek is opgeslagen heeft ook invloed op de manier waarop de e-reader het kan weergeven. Bij epub versies heeft de e-reader meer vrijheid dan bij een PDF versie.

Aantekeningen

Een aantal e-readers hebben de mogelijkheid om aantekeningen te maken. Soms via een touch screen, soms via een toetsenbord. Dat leek me heel handig, totdat ik het probeerde. Hoewel de meeste schermen binnen een seconde of zelfs een halve seconde reageren, is dat veel te traag om een vloeiende workflow ervaring te hebben voor het maken van bijvoorbeeld aantekeningen. Het leek mij interessant om te zien dat boeken meer interactief worden doordat je opmerkingen kan toevoegen en deze opmerkingen vervolgens weer kan delen met anderen. Zo blijft een boek na publicatie zich verder ontwikkelen en kunnen fouten verbeterd worden, of delen geactualiseerd worden. Als je niet oppast gaat het op WikiPedia lijken.

Touch of niet?

Wanneer je een touch interface hebt, heb je minder ruimte nodig voor hardware knoppen en kun je een e-reader maken met een dunne rand. Helaas gebruiken veel producenten dit voordeel niet om inderdaad de rand kleiner te maken, maar gebruiken ze toch nog een aantal hardware knoppen die onevenredig veel ruimte innemen. Wanneer de interface met touch werkt ben je afhankelijk van de snelheid van het scherm voordat je een keuze kunt maken. Met hardware knoppen kun je veel sneller reageren, omdat je je keuze al kunt maken voordat hij op het scherm staat. Veel voorkomende toetscominaties die je uit je hoofd kent, kun je zo snel achter elkaar invoeren. Op Internet heb ik ook gelezen dat een touch screen meer zou glimmen ofzo, maar dat heb ik in de praktijk niet kunnen waarnemen (mogelijk ook omdat er geen natuurlijk licht aanwezig was).

Een ander argument tegen touch is dat het scherm minder snel vies wordt als je er niet met je vingers op zit of strepen ziet van het pennetje dat er vaak bij zit.

BeBook One 2010

Na nog een aantal online reviews te hebben gelezen, toch besloten om de BeBook One 2010 te bestellen. De naam van het product is veelbelovend, vrij vertaald “Wees het nummer 1 boek van 2010″, dus aan de naam kan het niet liggen. In de winkel heb ik ook nog de ‘oude’ BeBook One mogen proberen en de verversing van die pagina’s is wel heel erg traag (op de site van mybebook noemen ze die snelheid ‘normal’). Zeker als je door een aantal pagina’s heen wil lopen achter elkaar gaat het irriteren. Wat de specs zijn en wat er in de doos zit, kun je zien op MyBeBook. Het mapje waar de BeBook mee wordt geleverd is wel nog het vermelden waard. Dit is een verstevigd leren mapje waar je de BeBook in kunt klemmen. Hij zit muurvast en wanneer het mapje dicht is, is hij goed beschermd.

Nu nog lezen…

ANWB slipcursus

Op zondag 7 februari heb ik met Rowenna een ANWB slipcursus gedaan.

Officieel heet het een ANWB slip en grip cursus, maar vooral het slippen is natuurlijk leuk om te doen. Het terrein dicht bij Lelystad bestaat uit een aantal banen waar verschillende oefeningen kunnen worden gedaan:

  • Remproef: zo snel mogelijk van 100 km/uur naar 0 km/uur. Tijdens het remmen moet je ook nog proberen uit te wijken.
  • Onderstuur slip: te hard door de bocht waardoor de auto rechtdoor gaat, terwijl jij een bocht wil maken.
  • Overstuur slip: de achterkant van de auto breekt uit en wil de voorkant inhalen.
  • Combinatie van remproef en uitwijken op een gladde helling met aan het einde een scherpe bocht.

Bij binnenkomst om 09:00 worden de bijna 50 deelnemers verdeeld in 4 groepen. Onze groep bestaat uit 10 mensen. Per groep is er 1 instructeur en 3 auto’s. De instructeur heeft een portofoon om met alle auto’s tegelijk contact te houden. Dat werkt beter dan ik had verwacht. De instructeur ziet alles, ook als je het stuur verkeerd vast hebt (tegenwoordig niet meer 10 over 10, of 10 voor 2, maar kwart voor drie). Hij is via de portofoon ook heel goed te verstaan. De VW Golf waar we in zitten, heeft een knop waarmee het ABS en ESP (stabilisatie) systeem uitgezet kan worden. Daarnaast is 1 van de 3 auto’s uitgerust met winterbanden, zodat het aantal mogelijke variaties voor de proef nog groter is.

Om sneller in een slip te raken, wordt het wegdek natgespoten en is het gemaakt van een materiaal wat gladder is dan asfalt. Je kunt er wel gewoon op lopen, maar wanneer met de auto remt en je hebt geen winterbanden/ABS, dan kun je sturen wat je wil, maar je gaat gewoon rechtdoor.

Per baan voeren we een aantal oefeningen uit. Je maakt 3 of 4 rondjes en dan wissel je van bestuurder. Wanneer iedereen een keer geweest is, doen we dezelfde oefening nog een keer, maar dan zonder ABS. Af en toe wissel je ook nog van auto, zodat je ook weet wat het is om met winterbanden te rijden. De auto met winderbanden is veruit het minst populair, want de oefeningen zijn daarmee een stuk eenvoudiger. Of juist moeilijker: om overstuur in de bocht te veroorzaken met je veel harder rijden dan wanneer je geen winterbanden hebt. Waar de auto’s zonder winterbanden al met 20 km/uur niet meer te besturen zijn, kan de auto met winterbanden tot 60 km/uur door de bocht voordat je iets van verminderde grip merkt.

Bij alle oefeningen is het de bedoeling dat je in een slip raakt en vervolgens probeert zo snel mogelijk weer uit de slip te komen. Vooral de overstuur slip vergt wat oefening: je moet toch sneller aan het stuur draaien dan ik had verwacht. Om het uitwijken nog wat moeilijker te maken, zijn er op de laatste baan (de gladde helling) twee ‘watermuren’. De watermuur loopt over de gehele breedte van de weg en is verdeeld in drie delen. Door twee van de drie delen aan te zetten, ontstaat er een gat in de muur waar de auto net doorheen kan. Omdat je vooraf niet weet welke delen van de muur omhoog komen, kun je pas op het laatste moment uitwijken.

Een aantal oefeningen zijn te gevaarlijk om door deelnemers te laten uitvoeren, maar wel nuttig om te ervaren. Het gaat dan vooral om het verschil wel/geen ABS, stabilisatie of winterbanden in extreme situaties. Dit soort oefeningen voert de instructeur zelf uit, waarbij een aantal deelnemers aan de zijkant toekijkt en een aantal in de auto zitten. De leukste (meeste rondjes gedraaid) hiervan is het vol remmen met 2 wielen in de berm, zonder ABS:

[flashvideo file=/wp-content/uploads/2010/02/slip2.flv image=/wp-content/uploads/2010/02/slip.jpg /]

Wanneer je dezelfde actie uitvoert met ABS, dan levert dat een saai filmpje op (daarom ook geen filmpje): de auto mindert vaart tot je stil staat, zonder ook maar 1 rondje te draaien. Het stuur, dat de instructeur in beide situaties niet vast heeft, trekt wel een beetje naar 1 kant, maar de ABS zorgt er voor dat de auto gewoon rechtdoor gaat.

Onze Opel Corsa uit 1997 heeft geen ABS, stabilisatie of winterbanden. We zijn nu ervaringsdeskundige in het verschil tussen het wel en niet hebben van die systemen. We stappen daarom met gezonde angst in onze auto de 100km naar huis te rijden…

De lange staart van Chris

Het boek “The long tail” van Chris Anderson gaat over stijgende verkopen wanneer er meer keus is en het bereik groter wordt. Op zich logisch: als ik veel mensen kan bereiken (potentiële klanten) en ik veel verschillende producten aanbied, dan wil bijna iedereen wel iets van me kopen. Het internet maakt het mogelijk om veel mensen te bereiken en tegelijkertijd een grote hoeveelheid producten aan te bieden door producten pas te produceren wanneer ze verkocht zijn (bedrukte T-shirts), producten te digitaliseren (boeken, muziek, films), of decentrale opslag (ebay, marktplaats). Als je de opbrengt (y-as) uitzet tegen de producten (x-as) en de producten sorteert van meeste opbrengst naar minste, dan begint de grafiek met een piek (de hits) en heeft hij een lange staart naar rechts. Het lijkt een beetje op een 1/√x, zie hier een plaatje van Wolfram Alpha:

Het leek me interessant om meer te weten te komen van dit effect, dus heb ik de bestseller “The Long Tail” gekocht en gelezen. Chris geeft veel voorbeelden van bedrijven die profiteren van de long tail, vooral mogelijk gemaakt door het internet. Niet echt iets nieuws dus. De enige toevoeging is het plaatsen van de staart in een grotere historische context (het principe bestond al voordat er internet was). Halverwege het boek wordt het interessant als de ‘long tail van de tijd’ wordt besproken. Of toch niet, want “onderzoek is nog gaande”.

Chris geeft ook zijn visie op de toekomst, wat min of meer al het heden is. Het gaat om een nieuw soort hit, het product met een relatief hoge opbrengst. Veel hits worden ‘gemaakt’ doordat de producenten er veel reclame voor maken. Dat werkt steeds minder goed omdat de klanten er zelf negatieve recensies over het product schrijven en daarmee andere potentiële klanten van kopen weerhouden. De nieuwe hit werkt andersom: klanten schrijven positieve recensies waardoor er meer klanten komen. Zo is het mogelijk dat een initiatief van een amateur toch een hit wordt (New kids on the block?). De voorspelling uit hoofdstuk 16, “De Long Tail van de toekomst” (2 pagina’s): de staart van de tail wordt langer en dikker, voor alle producten. Eigenlijk dus zoals het altijd al is gegaan.

Chris Haalt ook nog even de “Paradox of choice” van Barry Schwartz aan (leuk filmpje op TED). De lange staart kan alleen bestaan bij een groot aantal producten. Een groot aantal producten binnen een bepaalde categorie, zoals soorten jam (hoeveel verschillende soorten jam verkoopt jouw supermarkt?). Wanneer er veel producten zijn om te kopen, moet je bij het maken van een keuze meer producten bekijken en vergelijken om uiteindelijk je keuze te kunnen maken. Barry geeft aan dat meer keuze niet alleen positieve gevolgen heeft (zie het eerder genoemde TED filmpje). Chris denkt echter dat de negatieve punten van Barry opgelost kunnen worden wanneer je hulp krijgt bij het kiezen. De invalshoek is echter wel wat anders, omdat Barry het heeft over ‘word ik gelukkiger van meer keuze’ en Chris meer gericht is op ‘verkoop ik meer producten als ik meer keuze bied’.

Ik vond de inhoud van het boek erg mager. Wanneer je de wikipediapagina over de Long Tail leest, dan lees je waarschijnlijk meer informatie dan wanneer je het boek leest. Omdat het boek wel lekker makkelijk leest, heb ik het toch maar uitgelezen. Een boek niet uitlezen is toch wel een beetje zonde van het papier…

Berlijn

Rijksdag

Van zaterdag 14 november tot zaterdag 21 november ben ik met Rowenna in Berlijn geweest. Veel gezien en vooral veel gelopen. In deze post een paar (persoonlijke) highlights en foto’s.
Om te beginnen zijn we dit keer met de trein gegaan. Iets waar ik niet snel voor zou kiezen bij een reis van ruim 600 km. Vanuit Duisburg is het met de ICE (bijna 250 km/u) nog net geen 4 uur treinen. Het stukje tussen Eindhoven en Duisburg is helaas meer dan 2 uur. Dan moet je ook nog 2 keer overstappen (Duisburg, Viersen Venlo). De trein (ICE) bevalt prima: natuurlijk veel meer ruimte dan in het vliegtuig. De trein rijdt trouwens ook ‘gewoon’ op tijd.

In de week dat we in Berlijn waren, hebben we de volgende punten kunnen afvinken:

  • Altes Museum
  • Hackesche Markt/Höfe
  • Nederlandse ambassade
  • Brandenburger Tor
  • Holocause Denkmal
  • Tiergarten
  • KaDeWe
  • Bar Jeder Vernuft
  • Kaiser-Wilhelm-Gedächtnis-Kirche
  • Rijksdag
  • Topographie des Terrors
  • Checkpoint Charlie
  • DDR museum
  • Berliner Dom

Later meer over de punten die het meest ‘bezienswaardig’ waren. Als je alleen foto’s wil zien, kijk dan aan het einde van deze post.

Verblijf

We verblijven in een klein appartement vlak bij het station ‘Belleveue’, net boven de Tiergarten. Het appartement heeft een kleine hal (2m²), douche incl. toillet (3m²), woon-/slaapkamer (12m²) en keukentje (3m²). Verder is er nog een balkon van 3m², maar die was niet erg nuttig met dit weer.

Van A naar B

Berlijn is best een grote stad met zijn 3,5 miljoen inwoners. Om makkelijk en snel van A naar B te reizen, kopen we bij aankomst op de Berlin HouptBahnhof een kaartje voor de regio’s A en B dat de hele week geldig is (€ 26,50 p.p.). Met dit kaartje kun je gebruikmaken van alle bussen, treinen, metro’s, trams die in deze zones rijden. Als je alleen in het centrumgebied blijft, dan blijf je eigenlijk in zone A. Zelfs als je naar de East Side Gallery gaat, die duidelijk buiten het gebied ligt wat ik ‘centrum’ zou noemen, ligt nog net binnen de A zone. Ben je moe, of heb je geen zin meer in lopen of musea, dan pak je de metro/trein naar een ander stadsdeel. Zonder de OV kaart is het bezoeken van Berlijn een stuk minder makkelijk.

Een andere mogelijkheid was het kopen van een Berlin WelcomeCard (fare zone AB) die in verschillende smaken verkocht wordt. De duurste kaart is met € 34,50 p.p. duurder dan de OV kaart voor zone AB en slechts 5 dagen geldig. De kaart geeft echter ook korting geeft bij de meeste musea. Helaas is er geen versie is van 7 dagen, dus besluiten we deze kaart niet te kopen. Achteraf gezien was de kaart van een week ook het meest nuttig, omdat we veel met de metro/trein hebben gereisd, maar weinig in musea zijn geweest.

Planning: wat gaan we zien?

Wat moet je zien? Voordat we vertrekken, en in de trein, lezen we in het boekje “100% Berlijn” van Momedia.nl. Dit is een klein handzaam boekje met nuttige informatie over wat er te zien/doen is. Vooral de opvouwbare en uitneembare kaart was erg handig. Het details was precies voldoende om een route te kunnen wandelen, maar niet te gedetailleerd, zodat het formaat van de kaart handzaam blijft. De nadruk van het boekje ligt vooral op het maken van een wandeling door een deel van de stad. Deze wandelingen zouden circa 3 uur moeten kosten, maar dan moet je behoorlijk doorlopen en nergens naar binnen gaan. Er staan 6 wandelingen in. Natuurlijk loop je nooit precies de routes zoals ze beschreven zijn, maar ze bieden wel een handig startpunt en een suggestie om een aantal bezienswaardighieden te combineren. Soms is het leuker om een stukje om te lopen dan dat je direct naar je volgende ‘highlight’ te gaan. Dan mis je misschien net die ene straat/plein dat niet direct een highlight is, maar wel leuk om te zien.

Omdat 100% Berlijn wat weinig informatie bevat van de dingen die je om je heen zien (gebouwen/musea), besluiten we ook een Capitool gids te kopen. In een groot warenuis, de KaDeWe, hebben ze natuurlijk ook wel Engelse boekjes (ondanks dat je in Duitsland bent). In het Engels heten de Capitool gidsen overigens “Eyewithness Travel” en zijn ze ongeveer 10 euro goedkoper dan de Nederlandse variant. Het is leuker te bladeren door zo’n boekje dan bijvoorbeeld een Lonley Planet, omdat er veel meer plaatjes en foto’s in staan. Vooral de dwarsdoorsnedes van gebouwen met daarnaast informatie over bepaalde locaties is erg interessant. Door de plaatjes kan je relevante informatie sneller vinden dan een boekje waar alleen (maar veel) tekst staat. Dan lees je soms achteraf pas wat je hebt gezien.

First impression

Aankomst station Berlijn

“You can never make a second first impression”. De trein komt aan op het hoofdstation in Berlijn. Veel glas en staal. 3 verdiepingen met treinen, verdeeld in een gebouw met 4 of 5 verdiepingen (van ieder ca 4m hoog) met erg veel open ruimte tussen de verdiepingen. Van de bovenste verdieping kun je het spoor in de ‘kelder’ zien. Dit staat symbool voor heel Berlijn: brede straten, veel ruimte (het park Tiergarten is enorm), ondanks dat er ca 3.5 miljoen mensen wonen. Het is vaak ook een combinatie van statige oude panden en hypermoderne gebouwen. Dit past echter onverwacht goed bij elkaar. Toch nog een voordeel als je stad vrijwel met de grond gelijk wordt gemaakt…

De Rijksdag, Brandenburger Tor, Holocause Denkmal, Berliner Dom en Checkpoint Charlie

Als je naar Berlijn gaat, dan ga je natuurlijk naar de Rijksdag, Brandenburger Tor, Holocause Denkmal, Berliner Dom en Checkpoint Charlie. Allen zijn opgenomen in een van de eerste wandelingen als je kijkt naar de stukjes “Berlijn in drie dagen”. Ze staan er natuurlijk niet voor niets op, dus ook voor ons een must-see. Alle vier zijn zeker de moeite waard om te zien. Aan het einde van deze post staan een aantal foto’s. Het is wel grappig dat we pas de vierde dag de kant op lopen van al deze bezienswaardigeheden. De dagen daarvoor hebben we de wijken ten westen en zuiden van Mitte bezocht.

De East Side Gallery, KaDeWe, Hackesche Markt/Höfe en Nederlandse ambassade

Dan een paar minder populaire bestemmingen, volgens de boekjes in ieder geval. De bestemmingen worden wel genoemd, maar niet als een must-see. Misschien ook daarom zijn ze dat eigenlijk wel.

East side Galery

East Side Gallery

“De muur” is iets wat iedereen moet zien. De East Side Gallary is een stuk muur van meer dan een kilometer waar kunst op staat. Het idee is leuk, maar het leidt ook af van het effect van een ‘muur’. Bij het stuk van meer dan een kilometer krijg je eigenlijk pas een beeld hoe dat kan zijn: een muur dwars door je stad. Door de kunst ziet het er direct een stuk vriendelijker uit, wast het effect van ‘muur’ een beetje afzwakt. Als je de achterkant van de muur, die niet beschilderd is, ziet, dan geeft dat al een heel ander gevoel.

Hackersche Hofen

Hofjes

Iets waarvoor Berlijn bekend staat (of ‘stond’ voor de oorlog?) zijn de hofjes tussen de gebouwen (volgens mijn boekje). In de gebouwen wonen mensen en de onderste etage bevat vaak winkeltjes of een cafe/restaurant. Het hofje is omringt door panden van 4 of 5 verdiepingen hoog en heeft een poort (‘gat’ in een van de gebouwen) om naar een naastgelegen hofje te komen. Naast de Hackesche Markt liggen een aantal van die hofjes. Het is erg grappig om doorheen te lopen, omdat je nooit weet wat je in het volgende hofje tegen gaat komen. Na iedere poort kom je weer in een andere wereld. Een van de leukste hofjes was nog de “Rosengarten” (zie foto), omdat hier heel veel groen staat. Wie had verwacht dat er achter al dat groen ook nog een H&M zou zitten ;) .

Nederlandse ambassade

Nederlandse Ambassade

In Berlijn is ook een stukje Nederland: de Nederlandse ambassade. Dit gebouw staat niet dicht bij de overige ambassades. De locatie is bewust gekozen: als je de goede kant op kijkt lijkt het Nederland. Je kijkt dan uit over de Spree, de rivier die door Berlijn stroomt, waar een sluis in ligt en boten wachten tot ze er door kunnen. Als je er een foto van maakt, zou je zo kunnen denken dat hij genomen is aan de Amstel. Het gebouw van de ambassade zit vol symboliek (zoals alle moderne gebouwen in Berlijn). De symboliek is echter in dit geval ook te waarderen zonder er bewust van te zijn. De materialen en vorm van het gebouw zijn op zich al bijzonder. Groene, rode, oranje verlichting, glazen vloer, deuren die om hun as draaien en bijna een meter dik zijn. Als je weet waar je moet kijken, kun je zelfs dwars door het hele gebouw heen kijken. Om de binnenkant van het gebouw te zien, moet je wel (op tijd) een afspraak maken voor de rondleiding. Zeker een aanrader.

KaDeWeKaufhaus Des Westens

Ook de KaDeWe heb ik in het lijstje opgenomen, omdat ik zoiets in Nederland niet ken. De KaDeWe staat wel op de must-see lijst van 100% Berlijn (8e plaats). Het is niet zozeer de bedoeling dat je er iets koopt, maar het is een aparte ervaring om door een winkel die ongeveer de luxe heeft van een Bijenkorf, maar dan oneindig groot lijkt. KaDeWe staat voor Kaufhaus Des Westens. Hoe groot kan een winkel zijn? Bovenin kun je goed koffie drinken met een leuk uitzicht. Je zit dan namelijk achter het glas dat je op de foto ziet.

Volgende keer

Berlijn is een grote stad, waar veel te zien is. Het is moeilijk (onmogelijk) om alles te zien in zeven dagen. Dat is ook persoonlijk, want ik hoor mensen zeggen dat ze aan 5 dagen meer dan genoeg hebben. De volgende keer zou ik toch nog wel iets meer van de musea op en rond het museumeiland willen zien. Daarnaast is een dagje Potsdam ook iets wat nog hoog op het lijstje staat. Nog een lang weekend of een weekje in Berlijn zou zeker een goed vervolg zijn.

Foto’s

Klik op een foto om de grotere versie te zien.

Museumn8 Amsterdam 2009

Een museum bezoeken is al iets bijzonders, alsof je uit de dagelijkse wereld stapt en heel andere dingen ziet, voelt, ruikt, doet, ervaart en daardoor misschien ook wel denkt. Het is een mini-vakantie, maar dan voor je hoofd. Als je geluk hebt, hou je er inzicht, inspiratie, of een goed gevoel aan over. Doe dit ‘s nachts, wanneer er een speciaal programma is voor de musea, en het effect wordt alleen maar versterkt [einde romantisering]

Er zijn vrij veel mensen die dit willen ervaren, de museumnacht was ook dit jaar weer uitverkocht (26.000 kaarten verkocht), waardoor het bij de populaire bestemmingen iets weg hebben van een pelgrimstocht: mensen wachten in lange rijen om toegang te krijgen tot een museum, in de verwachting een wonder te gaan zien (hoewel misschien niet religieus). Zoals vorig jaar bij Artis: de meeste dieren slapen en de begeleiders willen de dieren die ‘s nachts actief zijn niet met de zaklamp beschijnen, omdat die dieren daar niet goed tegen kunnen. Het zijn niet voor niks nachtdieren. Dit minpuntje wordt gecompenseerd met een historisch verhaaltje over de dierentuin. Achteraf kun je wel zeggen dat je in het pikkedonker door Artis hebt gelopen…

Dat was twee jaar geleden, nu 2009.
Ondertussen woon ik in Eindhoven, dus naar huis fietsen zit er niet meer in. Uiteindelijk een mooi en goedkoop (vanwege korting :) ) plekje gevonden aan de Amstel: het NH Doelen hotel. Vanuit hier is het wel heel eenvoudig om alles te gaan bekijken.

We beginnen bij de Waag op de nieuwmarkt. Eigenlijk beginnen we nog eerder: in een klein Italiaans restaurant dicht bij de markt. De pizza en salade smaakt goed, de sfeer ontspannen. Met het boekje van de museumn8, dat we deze middag bij een van de deelnemende musea hebben opgehaald, maken we tijdens het diner alvast een top5. We hadden al eerder bedacht dat de de Waag hierbij bovenaan staat: zelf kunst maken!

Plattegrond musea

Plattegrond musea

De Waag

De Waag Amsterdam

De Waag Amsterdam

De ruimten de waag is niet groot. Het grootste deel van de ruimte wordt ingenomen door de creaties van de kunstenaars/ontwerpers, de draaitafel van DJ en de machines om je eigen ontwerp te maken. De ruimte om te bewegen is beperkt. Dat is ook niet nodig, want je mag achter een MacBook je eigen ontwerp maken. Dit ontwerp wordt vervolgens met een laser uit een plaat plexiglas gebrand. Het valt nog niet mee, dus besluiten het basisontwerp van een bril aan te passen. In een paal minuten is onze ‘own made’ bril klaar. De uitspraak ‘zelf kunst maken’ was dus wat overdreven, maar we hebben wel (deels) zelf iets gemaakt! Naast brillen, wordt er ook met een 3D plotter objecten gemaakt. Deze plotter gebruikt een soort lijmpistool ipv een pen. Het gaat niet heel snel, maar het werkt wel. Dit alles met de digitale machines van het Fablab. Later blijkt dat je ook nog zelf muziek kon maken (als scratchen gelijk is aan ‘muziek maken’), maar dat hebben we helaas gemist :( .

Allard Pierson

Virtuele wandeling door Rome

Virtuele wandeling door Rome

In het Allard Pierson hebben we genoten van een hapje van de Koks van FIFTEEN. Dat smaakte goed! Na een korte rondleiding langs joods historische documenten zijn we net op tijd voor de vitruele wandeling door Rome. Rome 300 v. Cristus welteverstaan. In de twintig minuten durende tour wordt erg veel toelichting gegeven. We passeren alle belangrijke gebouwen die er in die tijd stonden en krijgen verhalen te horen over het dagelijks leven, zoals het ontbreken van politie, de vrijetijdsbesteding van de inwoners en belangrijkste ontmoetingsplaats. Het is best wel veel informatie in die 20 minuten, zeker als je Rome niet op je duimpje kent. Het heeft wel iets weg van een virtuele achtbaan door Rome :) .

Portugese synagoge

Portuges synagoge

Portugese synagoge

De rijen voor de musea beginnen nu wel ernstigere vormen aan te nemen. Voor de Portugese synagoge staat een rij tot op de straat (waar helaas ook veel auto’s over rijden). Gelukkig gaat het snel en zijn er binnen 15 minuten binnen.
Op de binnenplaats kun je eten en drinken kopen, zoals op ietere locatie van de museumnacht.
In de synagoge zelf is een warme en rustige sfeer: heel veel kaarsen en een koor van mannen dat aan het zingen is. Ik heb geprobeerd de sfeer te vangen in een foto. Het mannenkoor moet je er maar even bij denken.

De hortus

Lichtgevende plant hortus

Lichtgevende plant hortus

Wat heb je aan een tuin in het donker? Buiten zijn er nauwelijks lichten. Je ziet de planten niet, maar al die kaarsen langs het voetpad zien er toch wel grappig uit. De lampen in de kassen zien er vooral van een afstand erg leuk uit. Eenmaal in de kas zie je niet echt veel, omdat iedere kas een lamp heeft in 1 kleur (groen, paars…). Als je buiten de kas staat, geeft dat een mooi effect, maar binnen heb je er niet zo veel aan. De stoet mensen die dit toch wel een keer mee wil maken (wij inclusief) loopt daarom wel goed door. Hoogtepunten zijn de muziek, uit een heel kleine auto en een ‘plant’ in het water die verkleurt naar de kleur van een object, wanneer je dit object voor een van de uiteinden van zijn bladeren/takken houdt.

Verzetsmuseum

Eigenlijk wilde ik naar het planetarium om een filmpje te kijken, maar de rij was daar lang en het was best fris. Dan maar naar het verzetsmuseum er tegenover. Niet echt een vrolijk onderwerp, maar de tentoonstelling verraste me wel. Er was veel meer te zien dan ik had verwacht en vaak ook nog leuk/verrassend uitgewerkt: kijkdozen, video’s, combinaties van foto’s met verhalen, kleine kamertjes met een thema/onderwerp.

Museumn8 2010

Volgend jaar weer, misschien varen er dan ook weer bootjes in de grachten. Dan ook zeker naar het bijbels museum, om op een beanbag te liggen, naar de hemel (het plafond) te staren en een verhaaltje te horen. Iemand nog tips?

Reis met extra vlucht goedkoper

Meer vliegen en minder betalen? Dat kan! Boek nu een extra vlucht en krijg meer dan €300 korting!

Raar maar waar: het kan voordeliger zijn om een extra vlucht aan je reis toe te voegen. In augustus heb ik een vakantie naar Tanzania geboekt met KLM Air France. Er gaan verschillende vluchten vanuit Europa naar Tanzania. KLM Air France is een van de bedrijven die vanuit Amsterdam vliegen, wel zo makkelijk. Natuurlijk kijk je ook naar vluchten vanuit andere luchthavens om de beste koop te vinden. Al snel bleek dat een vlucht vanuit Düsseldorf het goedkoopste is. Het vreemde is echter dat je vanuit Düsseldorf eerst naar Amsterdam vliegt, om vervolgens door te vliegen naar Kilimanjaro (Tanzania). Je stapt in Amsterdam over naar hetzelfde vliegtuig als wanneer je de vlucht in Amsterdam zou starten. Conclusie: je maakt een extra vlucht, maar de prijs van de gehele reis is lager. Dit alles vond ik vreemd, niet alleen vanwege de prijs, maar ook omdat KLM Air France op een lijst staat met meest milieubewuste bedrijven, volgens de Sustainability index airline sector. Mensen (financieel) stimuleren om meer vluchten te maken, lijkt me dan niet de bedoeling.

Probeer maar eens een reis te boeken van Düsseldorf – Kilimanjaro en Amsterdam – Kilimanjaro, maakt niet uit welke datum. Altijd zie je dat via Düsseldorf goedkoper is dan direct vanuit Amsterdam. Voorbeeldje via SkyScanner (site van KLM ligt nu even plat):

vlucht amsterdam - kilimanjaro

Vlucht Amsterdam - Kilimanjaro (skyScanner)

vlucht dusseldorf - kilimanjaro

Vlucht Düsseldorf - Kilimanjaro (skyScanner)

Dat scheelt in dit voorbeeld dus €1.181,27 – €841,96 = €339,31 per persoon. Zoals je ziet, is het vluchtnummer en de tijd voor de vlucht tussen Amsterdam en Kilimanjaro voor beide reizen exact hetzelfde. Het gaat dus om hetzelfde vliegtuig. Wanneer je op de terugweg nog een paar keer meer overstapt, is het nog eens €100 goedkoper.

In het veel te kleine invoerveld in het contactformulier op de site van KLM, heb ik het volgende bericht achtergelaten:

Er is een structureel prijsverschil tussen de reizen
Amsterdam -> Kilimanjaro
Dusseldorf -> Amsterdam -> Kilimanjaro

De tweede reis, met dus een vlucht extra, is structureel 100 euro of meer goedkoper dan de eerste reis. Bovendien stap je bij de tweede reis in hetzelfde vliegtuig als bij de eerste reis (zelfde vluchtnummer). Conclusie: je maakt een extra vlucht en je betaald minder. Ben ik de enige die dat vreemd vind?

Hiermee stimuleren jullie passagiers om meer te vliegen dan noodzakelijk. Dat lijkt mij niet positief voor het milieu en jullie balans.

Kunt u mij dit uitleggen?

Na een weekje kreeg ik de volgende e-mail terug:

Hartelijk dank voor uw e-mail.

In antwoord op uw vraag kunnen wij u informereren dat gedeeltelijk met de markt te maken heeft (bv concurentie positie) en gedeeltelijk met de luchthaven belasting die men betaald als transfer passagier en vertrekkend passagier. Een een passagier die in transfer in Amsterdam is betaald aanzienlijk minder.

Wij hopen u vraag beantwoord te hebben.

Goed dat ik een antwoord terug krijg. Goed dat ik een antwoord terug krijg dat daadwerkelijk ingaat op mijn vragen/punt. Jammer dat dit het antwoord moet zijn (en de tikfouten ;-) ). KLM Air France bepaalt de kosten van de transfer of start niet, dat doet de luchthaven/overheid. Om Schiphol interessant te maken als overstapplaats, is er blijkbaar voor gekozen om de overstapkosten zo laag mogelijk te houden. Het is wel jammer dat ze (blijkbaar) niet nadenken over de gevolgen die dit kan hebben.

Je vraagt je wel af voor welke vluchten het nog meer voordeliger is om vanuit een kleinere luchthaven te starten en dan op de grote luchthaven over te stappen in plaats van direct vanuit de grote luchthaven te vertrekken. Overstappen is nooit prettig, maar als het een paar honderd euro per persoon goedkoper is, dan is het wel de moeite waard.

Zijn er meer mensen die dit hebben meegemaakt? Of tips hebben voor vluchten naar bepaalde bestemmingen?

Wat zou Google doen?

What Would Google Do?

What Would Google Do?

Één van de redenen dat ik ben gaan bloggen is het lezen van het boek “What would Google do?”, of WWGD, van Jeff Jarvis. In dit boek vraagt Jeff zich af wat Google zou doen als ze het voor het zeggen zouden hebben. De ‘normen en waarden’ van google als ‘Do no evil’, worden toegepast een aantal sectoren als de media, reclame, detailhandel, nutsbedrijven, industrie, dienstverlening, banken, gezondheidszorg, openbare instellingen (zoals scholen). En je raadt het al: als de bedrijven in die sectoren het zouden doen als Google, dan zou alles beter zijn.

Een grote blogpost

WWGD leest als een grote lange blogpost. De onderwerpen in het boek zijn al eerder aan de orde geweest op zijn eigen blog, Buzzmachine. Zoals in een blogpost, staan er in het boek sterke meningen over bepaalde zaken in, zoals afschermen van content door kranten en de manier van zakendoen door Dell. Het is ook gebruikelijk dat mensen kunnen reageren op een weblog. In een boek gaat dat wat lastiger, maar Jeff lost dat op door een aantal reacties te citeren. Om reacties uit te lokken, doet hij uitspraken als ‘Als de nerds het gaan overnemen – en dat gaat gebeuren – zouden we wat staatsbestuur betreft in een tijdperk van wetenschappelijke rationaliteit terecht kunnen komen.’ Dat maakt het voor mij wel leuk om te lezen, ongeacht of hij gelijk heeft. Waarschijnlijk hoopt Jeff op deze manier nog wat meer verkeer/links (Google sap, zoals hij dat noemt) naar zijn site te krijgen.

Meer dan een blog

Toch is het meer dan een blog. Niet alleen omdat nu alles op papier staat, maar ook omdat de stukjes tekst/blog nu in een grotere context worden geplaatst. Eerst wordt aangegeven wat Google doet en vervolgens hoe de andere soorten bedrijven die ook zouden kunnen doen. Het internet is een belangrijke factor hierin: de wereld is veranderd, is nu aan het veranderen en zal blijven veranderen, door internet. Volgens Jeff loopt Google voorop in de mogelijkheden die het internet biedt.

Onduidelijk

Is het een blogpost en de bedoeling dat het reacties uitlokt, of is het een serieus de bedoeling dat alle bedrijven gaan werken zoals Google? Het is volgens mij een leuk gedachte-experiment, maar niet meer dan dat. Door het boek te schrijven als een blog, is het mij niet altijd duidelijk of hij serieus een punt probeert te maken, of dat hij overdrijft om reacties te ontlokken. Als je zo veel op een blog schrijft als Jeff, dan kun je misschien ook niet meer schrijven om alleen te informeren.

Ik vraag me ook af voor wie de wereld aan het veranderen is. Je ziet wel dat IT bedrijven als Google steeds groter worden, maar in verhouding tot bijvoorbeeld de oliebedrijven blijft het een kleintje (Omzet 2008 Google: $21,8, Shell: $458). De vraag is hoeveel procent van de mensheid toegang heeft tot internet, hoeveel procent daarvan een blog heeft of daarop reageert. Bovendien is de groep mensen die zich daarmee bezig houdt voornamelijk academisch. Uiteindelijk hou je dus een relatief kleine groep mensen over en is het de vraag of het model van Google wel serieus toe te passen is op al die andere bedrijfstakken en voor alle mensen.

Conclusie

Lees het boek als je het leuk vind om blogs/columns te lezen en te spelen met de gedachte hoe bedrijven kunnen werken als ze bepaalde normen en waarden zouden omarmen.

Ik vind het zelf leuk om de mening van iemand te horen, zeker als dat een sterke mening is en afkomstig van iemand ‘die het kan weten’ of waarvan je weet dat hij nadenkt voordat hij iets zegt. Jeff is een journalist en sinds 2006 hoogleraar en ik zie een behoorlijk aantal hits als ik hem op google zoek, dus is hij toch wel iemand die iets interessants zou kunnen vertellen. Als er dan ook nog een mooi verhaaltje van wordt gemaakt, is het helemaal geweldig. Misschien dat ik daarom de column van Max Pam zo erg kan waarderen (zie mijn vorige blogpost).

Wat zou jij doen?

Max Pam en zijn vlijmscherpe tong

Afgelopen zondag heb ik weer mogen genieten van een vlammende Max Pam over integriteit. Alleen al zijn column maakt het de moeite waard om te kijken naar Buitenhof. Door zijn oprechte enthousiasme van deze keer maakt hij zelf een aantal kleine versprekingen. Wat overigens niets afdoet voor de inhoud, maar wel een beetje de snelheid en kracht uit het betoog haalt. Met en heerlijke cynische ironische ondertoon speelt Max met zijn woorden en laat niets heel van de personen die hij er van langs geeft. Zeker de column van afgelopen zondag kon afgesloten worden met een “zo, die zit!”

Ik zou niet graag in de schoenen van Balkenende staan, of Job Cohen.
Max Pam kun je beter te vriend houden :-) .

Omdat het me niet lukt om het filmpje in deze post te verwerken heb ik maar een linkje aangemaakt: Max Pam over integriteit (Buitenhof 11 oktober 2009)

“Ik blog, dus ik besta”

In het digitale tijdperk geldt: als je niet blogt, dan besta je niet… Op internet dan.

Toch wel het gevoel om me te verantwoorden voor het beginnen van dit blog: het zoveelste weblog, “just another weblog?”.

Ik denk (hoop?) dat ik toch wel iets toe te voegen heb aan de bestaande blogs, de toekomst zal het bewijzen :-) .

Waarom niet?

Omdat ik niet al mijn persoonlijke informatie op internet wil zetten. Dat zou zich nog wel eens tegen je kunnen keren, zo waarschuwt ook de overheid met ‘Ga bewust om met je persoonsgegevens‘. Het kost me ook nog eens tijd en moeite om af en toe een bericht in elkaar te draaien. Ik ben benieuwd hoe lang het bij mij gaat duren voordat ik het over bananenthee ga hebben (NFI)…

Waarom?

Ik volg zelf een aantal weblogs. Sommige zijn grappig om te lezen(Fokke en Sukke). Andere hebben een zeer sterke mening en zoeken de discussie op (zoals Jeff Jarvis met zijn Buzzmachine). Weer andere geven vooral informatie in de vorm van reviews of ontwikkeling van voor mij interessante producten(bijvoorbeeld AroundMyPlayGround van Dennis Slagers die klust aan de firmware van mijn NAS en mediaspeler). Tot slot zijn er nog de blogs van mensen die ik ook fysiek kan aanraken (zoals mijn colleaga David Baakman). Ik hoop dat ik zelf ook iets kan bijdragen op een of meerdere van deze punten.

Een andere motivatie is een boek dat ik heb gelezen (waarover meer in een later post): “Wat zou GOOGLE doen” van Jeff Jarvis. In zijn boek maakt hij de opmerking “Blog of sterf”. Het is hier wel een beetje uit zijn verband gerukt, maar goed bruikbaar :-) .

Waarom nu?

Ooit moet de eerste keer zijn. Ik loop al enige tijd met het idee een blog te beginnen rond, maar nu is de knoop doorgehakt.

Wat?

Niet alle verhalen zullen even interessant zijn voor iedereen. Ik ben van plan om reviews te schrijven van boeken die ik lees, producten die ik koop, gedachten die ik heb en activiteiten zoals vakanties. Op dit moment zet ik deze informatie nog bij sites als Tripadvisor of (vroeger) op GOT neer, maar eigenlijk is het leuker om er op een eigen site aandacht aan te geven.

Jeah, mijn eerste post staat op internet!

Het staat iedereen vrij zijn (hopelijk opbouwende of positieve) kritiek te uiten in het commentaar hieronder.